 |
Geschiedenis Met de komst van de Spanjaarden in Uruguay aan het einde van de 16e eeuw werden de eerste wijnstokken geplant om het voort-bestaan van het katholicisme te vergrendelen. Tot aan de commerciële periode hebben de religieuze immigranten de wijnbouw tot ontwikkeling gebracht. Reeds vanaf halverwege de 19e eeuw kent Uruguay veel immigrantenfamilies uit Italië en enkele uit Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en Algerije. De meeste namen bezittingen rond de hoofdstad, Montevideo. Zij planten veel tannat en folle noir.
|
Klimaat en bodem
Het landschap van Uruguay bestaat uit licht glooiende heuvels en verhogingen met een bescheiden hoogte, gescheiden door rivieren die uitmonden in de zee of andere, grotere rivieren. Er zijn geen hoge bergen of uitgestrekte vlakten, geen onherbergzaam bos of woestijngebieden. Het klimaat is gematigd door het gehele land. De gemiddelde temperaturen zijn 17°C in de lente, 25°C in de zomer, 18°C in de herfst, en 12°C in de winter. Maximum temperaturen kunnen exceptioneel 40°C in de zomer bereiken, en minimum temperaturen -2°C of -3°C in de winter.
Druiven
Het land profileert zich vooral met rode wijnen op basis van Tannat. Dit van origine Zuidwest Franse ras - het is de druif van Madiran - vervult er min of meer dezelfde rol als de Malbec bij de buren in Argentinië: het is de 'nationale' druif. Deze druif werd eind 19e eeuw geïntroduceerd door immigranten uit Baskenland. Er staat nu meer van aangeplant in Uruguay dan in Frankrijk. Anders dan in de Sud-Ouest smaken wijnen van Tannat in Uruguay in de regel minder tannineus. Naast de Tannat worden ook de Cabernet Sauvignon, Merlot, Chardonnay en Sauvignon aangeplant. Er wordt veel houtrijping toegepast bij het maken van de wijnen.