Médoc & Graves
Rode Bordeaux van topchâteaux is de verzamelaarswijn bij uitstek. Zij hebben de status van Grand Cru Classé, een bijna magische benaming. Dit soort wijnen komt vooral uit de gemeentes in de Haut-Médoc: Margaux, Saint-Julien, Pauillac en Saint-Estèphe. Handelsmerk van diezelfde Médoc zijn de dikke kiezellagen, arm en met een uitstekende drainage. Idem dito in Pessac-Léognan in de Graves. Cabernet sauvignon is hier de smaakbepalende druif. Merlot en cabernet zijn de belangrijkste aanvullers.
Libournais
Topwijnen komen eveneens uit de Libournais, de regio rond Libourne met appellations als Fronsac, Saint-Emilion, Pomerol en hun satellieten. Werkt men in Médoc en Graves meestal met cabernet sauvignon als belangrijkste druif, in de Libournais domineert de merlot. Daardoor zijn die wijnen over het algemeen wat soepeler dan die uit de Médoc.
Côtes
Bordeaux is meer dan enkel grote namen. Het telt duizenden kleine châteaux in zogenaamde 'tweedegraads' appellations. Op papier althans, want heel wat van die bedrijven laten zien over welk een potentieel die appellations beschikken. Zoals de wijnen uit Côtes de Bourg, Côtes de Blaye, Côtes de Francs, Côtes de Castillon, Premières Côtes de Bordeaux etc.
Witte wijn
Bordeaux is meer dan rood. Er worden ook grote hoeveelheden witte wijn geproduceerd. Droog en zoet. De droge komt van sauvignon en sémillon, met als paradepaardjes de op hout vergiste Crus uit Pessac-Léognan. Voor het iets minder prestigieuze, modern op staal gevinifieerde werk tekent Entre-deux-Mers.
Zoete Bordeaux in ultieme vorm komt uit Sauternes en Barsac, een enclave in de Graves. De combinatie sémillon-botrytis resulteert daar in fantastisch rijke wijnen met als onbetwiste nummer 1 Château d'Yquem. Vloeibaar goud.
Sud-Ouest Sud-Ouest is de verzamelnaam voor een aantal grotere en kleinere gebieden in het achterland van Bordeaux. Met die stad hebben ze meestal een haat-liefde verhouding gehad, en omgekeerd. Bordeaux heeft uiteindelijk de concurrentiestrijd gewonnen, waardoor de rest van de Sud-Ouest een beetje in het isolement raakte. Een geluk bij een ongeluk is dat daardoor lokale druivenrassen konden overleven. Dit deel van Frankrijk kent zodoende een rijkdom aan onalledaagse druivensoorten.
Direct ten oosten van Bordeaux ligt Bergerac, een gebied met een eeuwenlange traditie en even lange rivaliteit met de grote buur. Bergerac produceert wijn in alle stijlen die sterk aan Bordeaux doen denken. Bijzondere appellations zijn daar Montravel voor wit, Pécharmant voor rood en Monbazillac voor zoet.
Verder weg van Bordeaux liggen onder meer Gaillac, nog zo'n gebied dat van alle markten thuis is, en Cahors. Cahors is de bakermat van de malbec, die op z'n best krachtige wijnen met de nodige tannines geeft. Ditzelfde geldt voorr Madiran waar men wijnen met 'power' maakt van de druivensoort tannat.
Bij de witte wijnen valt de aromatische Jurançon met z'n markante zuren op. Hij wordt gemaakt in droge én zoete uitvoering. Uit het Armagnacgebied komen behalve het gelijknamige distillaat ook frisse witte Vins de Pays de Gascogne.